Winkel ||Tuininformatie || Info || Contact || Mijn account || Mijn mandje
Florafun-Tuininfo
Als je problemen of vragen hebt kun je altijd contact opnemen met website@florafun.be
Home
Plantenfiches
Ecologie en milieu
Hoe snoeien?
Bodembedekkers
Groentetuin
Siertuin
Kamerplanten
Fruittuin
De bodem
Bemesting
Water in de tuin
Onderhoud van tomaten


Als onderbeplanting:
Onder bomen in de tuin is de grond te droog voor gras. De grond wordt zijn voedingstoffen ontzogen door de bomen en er valt weinig regen onder. Op die plaatsen kan men best bodembedekkers aanplanten. Je kiest dan voor bodembedekkers die goed tegen schaduw en droogte kunnen zoals Hedera helix en Pachysandra terminalis. Ook onder hoge en lage sierheesters vormen bodembedekkers een fraai uitziend tapijt. Ze bedekken de open plaatsen en verhinderen onkruidgroei de meest geschikte bodembedekkers hiervoor zijn Lamium maculatum (gevlekte dove netel), Convallaria majalis (lelietje-van-dalen) en Anemone nemorosa (bosanemoon).

Op hellingen en taluds:
Over het algemeen treffen we hellingen en taluds vaak aan bij huizen die een flink stuk boven het omliggende land zijn gebouwd, als vormgeving aan de tuin en als aftakeling van het perceel. Dit hoogte verschil kan opgevangen worden door stenen muurtjes, biels of houten wanden maar dit is vrijwel duur. Daarom laat men de grond meestal vloeiend aflopen. Omdat het huis hoger ligt dan de omringende grond, ligt ook het grondwater van een tuin diep en moet er dus rekening mee gehouden worden dat een talud enigszins vrij droog is. Het is in dit geval belangrijk een goede grondverbetering plaatsvindt. Afhankelijk van de grond kan men de beplanting aanpassen. Een talud is vaak te stijl voor gras die dikwijls moet gemaaid worden daarom zien we vaak een beplanting van bodembedekkers, af en toe onderbroken door andere materialen dit kunnen struiken zijn of vaste planten. Te veel verschillende planten kunnen het onderhoud van de talud er niet gemakkelijk op maken.
Uit noodzaak:
Op te droge, te natte of te schaduwrijke gronden kunnen bodembedekkers van grote oplossing zijn.
Lamiastrum galeobdolon (gele dove netel), Hedera helix en Pachysandra terminalis zijn geschikte bodembedekkers voor schaduw rijke plaatsen.

Op droge zandgronden zijn Acaena (stekelnootje) en Festuca glauca (schapegras) een zeer goede combinatie. Nog andere bodembedekkers voor de arme zandgronden zijn Sedum acre. Cerastium (hoornbloem) en Prunella (bijenkorfje).

Voor de heidegronden bestaan er bodembedekkers zoals Erica, Calluna en Gaultheria.

Op vochtige plaatsen zijn sommige bodembedekkers geschikt Asarum europaeum (mansoor), Ajuga reptans (kruipend zenegroen) en Cornus canadensis zijn daarvan voorbeelden.

Zelfs voor drassige moerasgronden bestaan er zelfs bodembedekkers Veronica beccabunga (beekpunge) en Caltha (dotterbloem).


Eisen aan goede bodembedekkers.
Snelle dichte begroeiing:
Dit is wel de belangrijkste voorwaarde voor een goede bodembedekker.

De hoofdeigenschap van een bodembedekker is dat ze een dicht groeiend dak van bladeren maakt. Om dat dak te maken, moet de plant voldoende toegroeien. Hoe gemakkelijker en hoe vlugger een plant toegroeit, des te meer zij als bodembodembedekker kan dienen.

De snelheid van bedekking is afhankelijk van een aantal factoren:
De soort bodembedekker:
Er zijn snelle groeiers die er slechts een paar maanden over doen (woekeraars) en er zijn de trage groeiers die er minstens een jaar over doen om de bodem volledig te bedekkken. De dichtheid van beplanten:
Hoe dichter bodembedekkers bij elkaar geplant worden, hoe vlugger ze een dicht tapijt gevormd hebben. Voor Pachysandra terminalis is dit praktisch gezien 8a 9 planten per m². De juiste keuze van bodembedekkers:
Bij een goede keuze van bodembedekker aangepast aan de grondsoort zal de
bodembedekker eveneens sneller toegroeien.

Voor grote oppervlakten is het aan te raden, omwille van het onderhoud, bodembedekkers te kiezen die snel en gemakkelijk dichtgroeien zoals Pachysandra terminalis, Cornus canadensis, Bergenia (shoenlapersblad) en de Vinca.

Winterhardheid:
Dit is eveneens een belangrijke voorwaarde voor een goede bodembedekker. Het is volkomen nutteloos bodembedekkers te planten die de winter niet kunnen doorstaan, een arbeidsbesparend voordeel zou voorbij gestreefd zijn door ieder jaar te moeten herplanten. Tevens zou op een berm of talud de erosie van de bodem t's winters, als de meeste regen valt, niet meer tegengehouden worden. In normale winter mogen bodembedekkers niet bevriezen of schade oplopen. Indien de bovengrondse delen afsterven, moeten ze na de winter terug uitlopen. Tijdens de strenge winters kan het voor sommige bodembedekkers, zogenaamde halfwinterharde planten, wel nuttig zijn ze wat te beschermen tegen de vorst. Dit kan het best door ze te bedekken met een laag bladeren, wat meteen ook het ontkiemen voorkomt van onkruidzaden.

Na de winter zullen de bladeren grotendeels verteerd en een humusrijke bovenlaag vormen. Het teveel aan dood materiaal (plantenstengels en bladeren) kan men na de winter eventueel verwijderen.

Esthetisch aspect, sierwaarde:
Vele bodembedekkers vormen tijdens de bloei een fraai bloementapijt. Dit is altijd fraai om te zien, denk maar eens aan het tapijt van de bloeiende Poligonum afine of bloeiende Lavandula die bovendien nog heerlijk geurt en vele insecten als bijen en vlinders aanlokt.

Andere bodembedekkers zijn meer aantrekkelijk door hun sierlijk blad zoals Bergenia, Ajuga reptants en de vele siergrassen waaronder Festuca glauca en Phalaris. Vele bodembedekkers zoals de Hosta en de Alchemilla mollis bloeien en hebben tevens ook een sierlijk blad.

Bladhoudende of wintergroene planten zoals Acaena, Hedera, Pachysandra, Hypericum e.a. genieten vanuit dit standpunt als bodembedekker de voorkeur tegenover bladverliezende die in de winter een kaal perceel toont.
Veel bodembedekkers staan mooi in combinatie met andere planten waaronder ook bol- en knolgewassen zoals Pachysandra met narcissen. Het lijkt dan soms alsof de bodembedekker 2 maal bloeit. Het loof van de bol- en knolgewassen sterft na de bloei snel af en verwijderd onder de bodembedekker.

De sterkte en overleving van de planten.
Het kan wel eens gebeuren dat je over de bodembedekker moet lopen, zoals tijdens de snoei of het maaien en ook kinderen kunnen er wel eens op lopen. Een goede bodembedekker moet dus tegen een stootje kunnen en de meeste doen aan deze voorwaarde .vooral de bodembedekkers die ondergrondse of bovengrondse uitlopers maken hebben hier de voorkeur aan zoals Hypericum, Pachysandra, en Hedera. Een goede bodembedekker kan zo'n 5 jaar meegaan langer kan ook maar dan verliest de plant veel van zijn waarde.


©2006-2010 florafun.be Webdesign: Josiah Soetaert